Bewegingscentrum Bewegen Bij Buitenhuis

WattCycling Apeldoorn





BBB-Toertocht groepsregels en indeling.

Peloton:

  • De wegkapitein hanteert in het begin van het seizoen een constante snelheid waarbij iedereen in de toergroep goed mee kan komen met een richtsnelheid van 25kmh of iets lager (afhankelijk van de samenstelling van de groep). Naarmate het seizoen vordert zal de richtsnelheid geleidelijk aan toenemen naar 26+kmh tot maximaal 28kmh(afhankelijk van de samenstelling van de groep).
  • De wegkapitein hanteert de gedragsregels en houdt zich bij het voorrijden aan de geldende verkeersregels.
  • De wegkapitein bepaalt het tempo, de route en houdt er rekening mee dat de laatsten van de groep zonder problemen kunnen aansluiten en dat iedereen mee kan komen.   (Samen uit, Samen thuis)
  • De toergroep wacht op rijders die lek rijden of pech hebben.



Pelotonregels en gedragsregels:

  • Het dragen van een valhelm is verplicht.
  • Het bellen met een mobiele telefoon in de groep (peloton) is niet toegestaan. Mocht bij noodgevallen toch de mobiele telefoon gehanteerd moeten worden dan laten afzakken tot buiten de groep (peloton) en dan pas bellen.
  • Het peloton fietst twee aan twee en bij aflossing of anderszins wordt er zo snel mogelijk ertussen of er achter gefietst.
  • Bij het moeten stoppen: De wegkapitein (voorrijder) steekt een hand omhoog en geeft het commando STOP en het commando VRIJ als er weer verder gereden kan worden.        De toergroep gehoorzaamt dit commando en geeft het commando ook door.
  • Bij afslaan en richtingsveranderingen: De wegkapitein (voorrijder) steekt de desbetreffende hand uit en geeft het commando LINKS of RECHTS. Bij twijfel van richtingsverandering niet gokken, maar langzaam rechtdoor fietsen.
  • Bij tegemoet komend verkeer: De wegkapitein (voorrijder) geeft het commando TEGEN en maakt het daarbij behorende handgebaarDe toergroep gehoorzaamt dit commando en geeft het commando door en iedereen ritst of geeft ruimte.
  • Bij het inhalen van een verkeersdeelnemer of passeren van een stilstaand object:          De wegkapitein (voorrijder) geeft het commando VOOR en maakt het daarbij behorende handgebaarDe toergroep gehoorzaamt dit commando en geeft het commando door en iedereen ritst of geeft ruimte.
  • Bij het passeren van een wegversmalling of obstakel aan beide zijden van de weg:        De wegkapitein (voorrijder) geeft het commando RITSEN en maakt het daarbij behorende handgebaarDe toergroep gehoorzaamt dit commando en geeft het commando door en iedereen ritst.
  • Bij achteropkomend verkeer: De wegkapitein (achterrijder) geeft het commando ACHTERDe toergroep gehoorzaamt dit commando en geeft het commando door en iedereen ritst of geeft ruimte.
  • Bij het lek rijden of bij pech: De desbetreffende toerrijder geeft het commando LEK. De toergroep en getroffenen rijden naar een veilige plek (een inrit, berm) daar waar de pech verholpen kan worden of het bandje gewisseld kan worden. Blijf niet op de weg staan
  • Bij het passeren van paaltjes: De wegkapitein (voorrijder) geeft het commando PAALTJE en maakt het daarbij behorende handgebaarDe toergroep gehoorzaamt dit commando en geeft het commando door in combinatie met het handgebaar.
  • Bij het passeren van een obstakel op de weg: De desbetreffende toerrijder geeft het commando TAK, GAT, GRIND in combinatie met het handgebaar. De toergroep gehoorzaamt dit commando en geeft het commando door in combinatie met het handgebaar.
  • Bij het peloton rijden oftewel het rijden in een groep: wordt er niet abrupt van koers geweken of plotseling geremd.